Home
R1b1a1a2a1a1c2b3b
HET VERRE VERLEDEN VAN RUSCH-en
Haplogroepen zijn groepen van individuen die geclassificeerd worden aan de hand van het haploide DNA. Er wordt onderscheiden tussen Y-DNA (vaderlijke lijn) en MtDNA (moederlijke lijn). Deze classificatie is van belang voor de genografie, een wetenschaps tak die zich bezig houdt met hoe een organisme zich in de prehistorie heeft ontwikkeld en verspreid (Wikipedia).
Genetisch Y-chromosom DNA onderzoek heeft aangetoond dat van alle mensen (Homo sapiens), die vandaag de aarde bevolken, de mannen afstammen van één gemeenschappelijke grootvader, 'Adam'. 'Adam' leefde ca 60.000 jaar geleden (60.000 YBP) in Oost-Centraal Afrika. Vanuit hier hebben zijn nakomelingen zich over de gehele aarde verspreid, waaronder een groep met de code R1b via Centraal- en Zuid-West Azie naar Europa. Daar woonden al ca 200.000 jaar verre neven van de mensen, de Neanderthalers (Homo neanderthalensis). Neanderthalers en mensen hebben volgens recent genetisch onderzoek in 300-400.000 YBP een gemeenschappelijke voorvader in Afrika. Tijdens (mogelijkerwijze na) de aankomst van R1b in Europa verloren de Neanderthalers hun jacht- en verzamelgronden en stierven ca 20.000 YBP volledig uit. Genetisch onderzocht wordt of in de tijd dat Neanderthalers en mensen in Europa naast elkaar geleefd hebben, er menging heeft plaats gevonden. Met andere woorden of het huidige menselijk genoom sporen van 'recent' Neanderthaler-DNA insluit.
R1b wordt gekenmerkt door de Y-DNA marker M-343 en er wordt onderzocht in hoever er verwantschap bestaat met de Cro-Magnon-mensen, die sinds ca 40.000 YBP o.a. Zuid-Europa bevolkten. Er bestaan (nog) verschillende hypothesen, waarvan:
1. R1b zijn nakomelingen van Cro-Magnon.
2. R1b heeft zich al in Centraal of Z.W. Azie ontwikkeld en is na Cro-Magnon in 20-25.000 YBP naar Europa gekomen.
Bij het verdwijnen van de laatste ijstijd, 10.000-20.000 YBP, trok het ijs zich meer en meer naar het Noorden terug en in Europa en Azie drongen hele volksstammen verder naar het Noorden voor. Zo in Europa de haplo-groep R1b die ook nu nog, met de groep I, het belangrijkste deel van de West-Europese bevolking uitmaakt. Verder naar het Oosten in Europa neemt de haplo-groep R1a een meer belangrijke plaats in.
Alle mannelijke personen met de naam Rusch, de nakomelingen van Willem Russ (* 1641 in Wesel) en ook diens mannelijke voorvaderen, maken deel uit van de ISOGG (International Society of Genetic Genealogy) haplo-groep R1b1a1a2a1a1c2b3b, afgekort R-S10271, en een sub-groep van R1b1a2a1a1a, afgekort R-U106. R-U106 is vooral tegenwoordig aan de Belgische-Nederlandse-Duitse kust en wordt daarom ook wel met 'Friesche' sub-groep aangeduid. Mannen die tot de groep R-U106 behoren stammen van één gemeenschappelijke oer-grootvader, die ca 3000 YBP leefde, en als eerste mens een mutatie in zijn DNA Y-chromosoom toonde met de marker U-106. Mogelijkerwijze leefde deze persoon aan de Noordzee kust (Fig. 1), maar het is ook nog niet uit te sluiten dat U-106 zich in Centraal Europa ontwikkelde en waarvan dan de dragers zich langs de Rijn naar het Noord-Westen verspreidden.
R1b-U106 in Europe
Fig1 - Huidige verspreiding Haplogroep R1b-U106 in Europa
voor meer informatie betreffende de verspreiding van Y-DNA haplogroepen in Europa zie HIER